Tagarchief: binnenstad

‘Nieuw Elan’ in de Mirakelsteeg

Geheel onterecht was er weinig aandacht in de Leidse media over het verheugende feit dat woningcorporatie Portaal in maart 2011 de prijsvraag ‘Nieuw Elan’ won met het ontwerp van Han Dijk, Bart Schrijnen en Emile Revier voor de transformatie van de Mirakelsteeg in Leiden. Het is namelijk een geweldig goed plan dat verdere uitwerking verdient. Het ontwerp kan, als het wordt uitgevoerd, een schoolvoorbeeld worden van succesvol binnenstedelijk bouwen in Leiden.

De ontwerpwedstrijd was uitgeschreven door de woningcorporaties Haag Wonen, Mitros, Com•wonen, Portaal en het Stimuleringsfonds voor Architectuur (SfA). Deelname aan de prijsvraag stond open voor jonge architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, planologen, sociaal geografen, stadssociologen en deskundigen op het vlak van bewonersparticipatie. De opdracht was om op een vernieuwende, kwalitatieve en gedurfde manier een nieuwe toekomst te schetsen voor buurten uit de jaren ’70 en ’80.

De Mirakelsteeg ligt in het centrum van Leiden, achter de Lange Mare. Het is zo’n typische 70’er – 80’er jaren stadsvernieuwingsbuurt, zoals die er zoveel zijn in Leiden. De architectuur is van matige kwaliteit, er wordt alleen gewoond en geparkeerd en de inrichting van de openbare ruimte is weinig aantrekkelijk. Het ontwerpteam  Dijk, Schrijnen en Revier heeft de locatie bijna chirurgisch bestudeerd en maakt van de Mirakelsteeg weer een levendige, groene en aantrekkelijke buurt: Auto’s verdwijnen onder een groen parkeerdek, bestaande huizen worden energiezuinig gemaakt, de huidige structuur wordt verdicht door het afmaken en toevoegen van huizen en er komt weer een buurtwinkel op de hoek.

Het ontwerp voor de Mirakelsteeg is ook interessant omdat het als voorbeeld kan dienen voor de transformatie van andere stadsvernieuwingsbuurten in het centrum van Leiden. Kortom een fantastisch plan dat laat zien dan met veel creativiteit binnenstedelijk bouwen niet alleen meer aantrekkelijkere woningen oplevert maar ook een  mooie en groene leefomgeving.

Advertenties

Welstand op de Botermarkt

rock'n rave

In het historische centrum van Leiden staat een grote hoeveelheid winkelruimte leeg zoals dit pand op de Botermarkt. Geen fraai gezicht natuurlijk. Kan Leiden hier wat aan doen? Deze maand presenteerde de gemeente haar vernieuwde welstandsnota. Voor de binnenstad gelden strenge regels. Behoudend is een goede typering voor het gewenste stadsbeeld. Vreemd. Vooral in de Leidse binnenstad zijn alle bouwstijlen van middeleeuws tot hedendaags aanwezig. Met name veel gebouwen uit de 19e en 20e eeuw trokken zich weinig aan van toen geldende ‘welstandsnorm’. In alle verschillende bouwstijlen is nu de geschiedenis van de stad zichtbaar. De binnenstad zou daarom juist open moeten staan voor eigentijdse architectuur omdat die later geschiedenis wordt. De gemeente kan zich dus beter richten op het behoud van de bestaande architectonische kwaliteit. De welstandscommissie zou de stad in moeten gaan en negatieve adviezen moeten kunnen geven over verwaarloosde panden. De gemeente kan daarna de eigenaren van die panden een ‘opknapplicht’ geven. Daar kan overigens nu al aan begonnen worden. Ook de gemeente Leiden zelf is namelijk eigenaar van een aantal gebouwen die deze toekomstige welstandstoets niet zouden doorstaan.

Stadsarchitect

stadsdieren-4

Een eerder bericht op deze site was een reactie op de nieuwjaarstoespraak van de burgemeester van Leiden, Henri Lenferink. Hij beschrijft hierin de ‘kwaliteit’ van Leidse binnenstad  ….”Een rommelige inrichting van de openbare ruimte, schreeuwerige goedkope reclame-uitingen en puien zonder kwaliteit met slechte materiaalkeuzes, overal uitstallingen, geen rust, geen verwijzingen naar de historische kwaliteit die nog aanwezig is”….. Inmiddels heeft de gemeente in januari het ‘programma Binnenstad’ gepresenteerd. Een integrale visie die gericht is op de verbetering van de kracht en de kwaliteit van de gehele binnenstad. …..“De opstellers van de visie zijn een ontdekkingsreis begonnen door van buiten naar binnen te kijken. Op die reis hebben zij de ruimte genomen voor benchmarks met andere steden; voor top-down analyses,  gecontroleerd met bottom-up realisme; en heel belangrijk: specifieke marktexpertise toegevoegd op gebied van retail en binnenstadeconomie. En tot slot hebben marktpartijen hun feedback gegeven op de ontwikkelde visie, met een positief resultaat. “….. [voorwoord programma Binnenstad pag 1] Het verhogen van de kwaliteit van de openbare ruimte en de gebouwde omgeving speelt terecht een belangrijke rol in de ontwikkelde visie. Maar  tenenkrommende ‘city-marketing peptalk‘  is niet genoeg om een positief resultaat te behalen. Om deze ambitie waar te maken zal een oplossing gevonden moeten worden voor de vergaande versnipperde verantwoordelijkheden binnen de gemeente voor het ontwerp en beheer van de openbare ruimte. plantsoenOp een vorige week door GroenLinks-Leiden georganiseerde avond over de ruimtelijke ordening van Leiden in de nabije toekomst  stelde gastspreker, architect Fons Verheijen in een vurig pleidooi voor om deze verantwoordelijkheden aan een ‘stadsarchitect’ te geven. Deze staat als  adviseur van het college boven de ambtelijke partijen en toetst alle beleidsbeslissingen, die betrekking hebben op de openbare ruimte en de gebouwde omgeving, op samenhang en kwaliteit. Een interessant idee dat zeker de moeite waard is om verder uitgewerkt te worden.

lees artikel ‘stadsarchitect’

De ruimte geven

achter-de-hoogvliet2

In elke binnenstad zijn nog plekken te vinden die niet benut worden. Zij ontsnappen voorlopig nog aan het “schoon, heel en veilig” maken van het stadscentrum, een ambitie die in veel  steden hoog op de agenda staat. In afwachting van hun ontwikkeling kunnen deze plekken nu al gebruikt worden. Stadslandbouw [1, 2] is een mogelijke invulling voor deze onbenutte ruimte. Maar ook meer stedelijke programma’s kunnen hier [tijdelijk] gehuisvest worden. Initiatieven uit de creatieve en maatschappelijke [sub]cultuur kunnen, wanneer ze op deze plekken de ruimte wordt gegeven, laten zien dat de binnenstad meer is dan een winkelcentrum in een historische omgeving.